zaterdag 31 januari 2026

Donderdag groen

Sommige dagen zijn groen. Donderdagen vooral. Donker groen. Andere dagen zijn weer anders. Elke kleur heeft zijn eigen nummer. Blauw zal altijd drie zijn. En elk nummer verteld zijn eigen verhaal. Vaak iets over zielen. Gevangen tussen eigen muren.

Ikzelf ben paars. Achtergelaten op het einde van de roze dag. Mijn kennis beperkt zich tot wat ik weet. Niet verder. Niet dichter. Er is geen nummer, nooit geweest. De ziel is verdampt, doorheen de cellen van gebakken steen.

Elke week besta ik wat langer, elke week besta ik nog minder lang. Mijn dichten is beperkt. Tot mezelf, mezelf kan ik nog net dichten, in alle mogelijke kleuren. Enkel met woorden, cijfers ontglippen mij. Er is uiteindelijk geen dag dat ik niet ben.

donderdag 29 januari 2026

Angelique

De bloedloze lange gang,
Mijn zacht snerpende schoenen
Kondigen mijn passage aan
De deur die altijd openstaat,
Staat open

Er is bezoek, weelderig bezoek
Groot, mooi en stijlvol zelfzeker
Niets voor mij
Ik ben er, ik snerp voorbij
Ze draait zich om, een lach

Ik ben alweer verder
Keek ook en lach nu pas
Wat was is verleidelijk mooi
Niets voor mij
De grauwe gang is voorbij

dinsdag 27 januari 2026

mezelf

Wanneer ik alleen op kantoor ben, werk ik niet. Dan doe ik niets, zoals elk verstandig mens zou doen. Als ik productief wil zijn, moet er bijna altijd iemand in dezelfde ruimte zijn—een stilzwijgende getuige, een adem die bewijst dat ik besta. Alleen, in die stille kamers, geef ik mezelf over aan wat men nutteloos noemt: naar buiten staren, gedachten laten meanderen, dromen, hopen. Voor mij is dit geen luiheid, maar de logische aard van dingen. Pas wanneer iemand kijkt, begin ik te bewegen. Hun ogen dwingen mijn handen. Zodra ze zich afwenden, verstil ik opnieuw, als in een omgekeerde versie van het spel 1, 2, 3 piano. Hun blik is het sein; zonder dat signaal sta ik stil, als een klok die niet meer tikt.
Vrij voel ik me zelden in het gezelschap van anderen. Hun nabijheid is een muur, hun ogen een last. Ik word me hyperbewust van hoe zij kijken, hoe zij denken, hoe zij oordelen. Mijn meningen zijn geen rotsen maar rimpelingen in water, altijd verschuivend met hun gemoedstoestand. Als zij lachen, vind ik ernst; als zij huilen, zoek ik lichtheid. Ik word een spiegel waarin zij zichzelf zien, maar nooit mij. Mijn vrijheid ligt verstopt in momenten van eenzaamheid, als de wereld slaapt en ik dans in stilte. Dan ben ik lichtvoetig, onbekommerd, een kind dat zingt zonder publiek.

’s Morgens vroeg, wanneer de huizen zwijgen en de lucht nog koud is, eet ik mijn portie vrijheid als ontbijt. Soms verzaak ik mijn plichten, ontvlucht de kaders van het alledaagse en wandel alleen het bos in. Daar, onder het baldakijn van bladeren, deel ik mijn gedachten enkel met bomen en vogels. Zij oordelen niet, zij vellen geen vonnis over mijn bestaan. Voor hen ben ik niet meer dan een voorbijgaande schim, en juist daarom voel ik mij vrij.

In het bos dans ik, maar mijn dans is vermomd als traag wandelen. Mijn lied klinkt stil, opgeslokt door de ruis van de bladeren. Ik probeer de omgeving op te snuiven, haar vast te houden, haar in mij op te slaan—wetend dat het vergeefs is, dat ik slechts een flard kan meenemen. En toch doe ik het, steeds opnieuw, alsof dat kleine stukje genoeg kan zijn om alles te dragen.


maandag 26 januari 2026

Grijze maandag

Eerste hulp bij eerste dagen van de week
Geen hulp gezien
Gisteren slaapt al, morgen nog een verre droom
En dan kom jij ten tonele
Alles staakt, gaat kapot
De lucht ademt enkel nog in
Het hart uit, 
Gevoelens struikelen over elkaar
Angst voor de buitenkant 
Maar jij blijft
De vlucht is mijn deel
Naar een andere dag, maand

Kon ik je maar wegduwen 
Naar een ander moment 
Zonder hulp

Of stel je voor

Dat ik echt van jou kon houden

zondag 25 januari 2026

zondag

De dagen zijn verkalkt.
Het leven sijpelt er nog door,
wit en stroef.
Wat eruit komt is schraal,
een lauwe woordenwisseling
tussen links en rechts,
beiden dezelfde tong gebruikend
om het tegendeel te likken.
De provocatie regeert.
De nachten zijn dichtgeslibt.
Onveiligheid staat overal in file.
Hij rijdt voorbij op zijn fatbike,
onverschilligheid achterop,
hand op de schouder.
Iedereen is verontwaardigd.
Verongelijkt.
Altijd is er een ander schuldig.
Altijd een ik dat slachtoffer is.
Ook dat andere ik.
Zondag is dwaas.
Het gaatje in de binnenband van de week.
De dag waarop de mens wordt leeggeknepen
tot beweging,
tot vrijheid,
tot iets doen.
Nog even,
voor zes dagen ergernis opnieuw beginnen—
vanzelfsprekend door de ander,
en door het systeem,
dat nergens staat
maar overal stuurt.

zaterdag 24 januari 2026

Saturnus

De dag met de ringen. Ingesnoerd. Vol van elementen lichter dan lucht. De temperatuur der emoties loopt op. Overdruk gedachte spruit er op los, stoom vol deeltjes perfectie, die uit het vat van de realiteit worden geduwd. 

De god van landbouw, de opperboer. Met de mestkar doorheen mijn dag ploegend, diepe voren trekken in mijn energieveld. Ergernis, de god der vermoeidheid is gekomen. Elke prikkel, prikt me de woede uit her lijf.

De hipste dag van de week, de zesde van zeven. Noch mossel noch vis. Niet voedzaam voor mijn geest. Leeg, met de noodzaak toch gevuld te worden. Deze etmaal vertwijfeld mij. Elke week opnieuw. 

vrijdag 23 januari 2026

Vandaag

De fruitboer sprak in appels.
Ik antwoordde met knikken.
Het groen was kleiner dan gisteren
of ik was groter.
We passeerden elkaar zonder bewijs.
Werk gebeurde.
Tijd deed alsof hij nodig was.
Ik at om het eten.
Ik dronk om het drinken.
Rust lag klaar, ik ging erin liggen.
Het algoritme won op punten.
Niemand protesteerde.
Ik probeerde iets unieks te schrijven.
Het werd avond.
Het archief geeuwde.
Deze dag ging liggen
in de map
werkt naar behoren.

donderdag 22 januari 2026

Gevonden voorwerp

Iets gevonden vandaag. Niets gezocht. Het lag ergens onderweg. Op een verlaten pad waarvan ik vergeten was hoe er te komen, en of het nog niet verkaveld was.

Niets was nog zoals het was, het pad lag anders, ik naderde vanuit een nieuwe richting, de wind in het hoofd. En daar, verscholen in een dijk, tussen lege blikken lag het ding. 

Hoe het te omschrijven? Het is groot, reusachtig. Soms wel op lemen benen. Puntig, lange fijne naalden naar binnen toe. De schil is dik en glibberig. Je houdt het moeilijk in de hand. 

Het is terecht, het absurde, abstracte ding. Deel van mezelf dat nooit tot mij behoorde. Een mentale enclave in de wereld buiten mijn lichamelijke grenzen. Mocht ik het zeker weten, dan noemde ik het een wonder. Maar ik weet niets zeker. 

Ik neem het even mee, op pad. Onder mijn arm, en in mijn kijken. Het kietelt aan de verbeelding en slaat zinnen door elkaar. Zoekend naar de lach, neemt het alles serieus, en dat is grappig. 

Misschien speel ik het morgen opnieuw kwijt. In een doodlopend idee. Het zij zo, en mag zo zijn. We vinden elkaar ooit terug. Ergens onderweg naar start. Of we vinden elkaar nooit terug, nergens. Alles mag. 

woensdag 21 januari 2026

Verkoper

Als ik denk hoe iemand anders denkt
Dan denk ik niet positief
Een ander denkt nooit over mij
Die wordt mijn nieuwe lief,
Denk ik (niet dat iemand zo snel zoiets denkt natuurlijk.
In ieder geval ik toch niet)

De negatieve gedachte, hardnekkig als
ze is, wint het altijd
De pogingen om dit patroon te veranderen,
Strijden een ongelijke strijd,
Denk ik

Dus treed ik elke nieuwe ontmoeting tegemoet, vooraf al verloren
Alsof de uitkomst vastligt,
nog voor iemand iets heeft kunnen denken

Achteraf schud ik meewarig de kop,
de volgende nederlaag reeds geboren,
dat ben ik dan weer zeker
— al weet ik niet meer
wanneer ik dat precies geleerd heb.

dinsdag 20 januari 2026

Turritopsis dohrnii

Hoeveel keer kan je jezelf heruitvinden?
Reïncarneren in één en hetzelfde leven.
Terug naar start.
Opnieuw aanzitten aan de tekentafel, met dezelfde potloden, fijne stiften en drie verschillende kleuren verf.

De bijeen geklitte moleculen in een andere volgorde plaatsen. Ideeën opdoen, en net buiten het bereik houden. Als een oranje illusie die voor je uitbengeld. Altijd wel honger, nooit eens beet.

Het lijkt een vicieuze cirkel, van het soort dat niet te onderscheiden valt van een vervalsing. En toch, het beweegt vooruit. Alles vloeit immers, ook de stilstand, en de terugreis. Tijd is een verzinsel, om de leegte te nummeren.

En ja, er zweeft ergens wel iets rond in een Oceaan, de onsterfelijke kwal, genaamd. Ik denk, de kip of het ei.

maandag 19 januari 2026

Adaptatie

Aanpassen of oprotten. Is eigenlijk geen keuze. Je kan je niet niet aanpassen. Je past je altijd en overal aan. Aan alles.

Zo flexibel is de mens wel. Of toch de mens de ik mezelf noem. Een omweg is gauw gemaakt. Onze besturen trainen er ons bijna dagelijks in, omwegen. Je, ik word ze gewoon. Tot ze geen omweg leer zijn, maar gewoon de weg.
Kortste of niet, speelt geen rol.

Adapteren. Doen alsof de situatie onder controle is. Daar is de persoon die ik bestuur ook goed in. Alles onder controle! Omdat niets onder controle is. Het lukt wel zo, en daarna nog anders, en zelfs eventueel nog een beetje anders. Het lukt wel.

Tot het niet meer lukt, en je zo aangepast bent dat je langzaam vanzelf weg rot. Verdwijnt in de achtergrond, verloren gelopen op een van de vele omwegen.

zondag 18 januari 2026

Water

Water is leven. Wassen, plassen en drinken. Water is onweerstaanbaar. Sterk en geduldig.

Water is meer. Rivier en plas. Zee en regenbui en ijs. Water kan alles zijn. Vandaag was water ook pijn.

Als niet alles gaat zoals gepland, wanneer zand zich in de machine verschuilt dan verandert het beeld van een dag.

Tegenslag veroorzaakt door het zoeken naar oplossingen. Mijn logica begon, de realiteit counterde. Nu wacht de kilte ons morgen op.

We overleven wel. Sterk ras, weet je wel. Wie de kleine tegenslagen niet eert is de grote niet weerd.

zaterdag 17 januari 2026

Vandaag

Dagen zijn soms vreemd gevuld. Neem vandaag, om maar één dag te nemen. 

Boodschappen doen, vooral kiwi's kopen. Een begrafenis meepikken, een schoon grootoom. Kerkelijke dienst, in een grote kerk, die geheel gevuld werd met saaiheid en godsdienstige nonsense. 

Remblokken kopen in de doe-het-zelf zaak. En ze daarna ook effectief zelf vervangen. De oude, versletene ten grave gedragen, de nieuwe erin. 

Water. Grondwater dat zich een weg naar onze kelder had gezocht. Opgeschept en weg gedragen. Wankel trapje op, twee emmertjes grondwater halen, twee emmertjes weg gieten. Maal 7. 

Tenslotte nog een uitstapje. Knolselder, gegaard in de oven. 3 uur. Met allerlei ander lekker gezonds er omheen. In 10 minuten op. Te voet, heen en terug.

Om de dag te eindigen zittend op de pot. Een poging ondernemend om hem onder woorden te brengen. Mijn dag, zoals geen ander. Wat elke ander had een andere dag. 

vrijdag 16 januari 2026

Bos

Plukjes bos blijven over. Bomen door de mens zelf in de grond gestopt. Het is er nog zelden echt stil. Alles afgelijnd. Het pad. De parking en natuurlijk het koffiehuis en de bistro. 

Weekends zijn topdagen. Zeker in de tussenseizoenen, als de zon haar zegen geeft. Dan zoeken we met z'n allen de stilte van het bos op, die haar niet laat vinden. 

Dit is geen klaagzang. Het is beter zo. Laat de zonnige weekenddagen maar over aan de anderen. Dan hou ik met plezier het bos wel gezelschap op een regenachtige dinsdag of een kille donderdag. Wanneer het bos zichzelf mag zijn. Net zoals ik.


donderdag 15 januari 2026

Mijn verjaardag

Veel gedacht. Weinig onthouden. Dingen gedaan, zaken vergeten.
Morgen ligt al klaar. Plannen gesmeed. Zoals altijd. 

Over 24 uur schrijf ik hetzelfde. Niet meer jarig. Even verstrooid. Weinig veranderd. Altijd maar voort. Het is van niets anders kunnen.

Kan het wel? Wijzigen. Astand nemen en herprogrammeren. Iets doen wat nieuw voelt. En wat kom je dan als eerste tegen. Angst? Paniek? Of gewoon jezelf?

woensdag 14 januari 2026

Jarig! Hoera!

Vandaag, 14 januari. Zevenenveertig jaar geleden was er nog niets. Geen wolkje aan de lucht, geen rimpeling in de tijd. Ik was er niet, en juist daarin school een zekere volmaaktheid. De wereld was een open mogelijkheid, een ongeschreven boek waarin elke letter alles en niets tegelijk kon zijn. Er waren geen zorgen, geen pijn, geen zelf. Het universum was eenvoudig, ongerept, misschien zelfs goed, omdat er niemand was om het anders te ervaren.

Op 15 januari 1979 veranderde dat. Ik werd geboren, en met mij ontstond ook iets anders. Niet meteen ellende, maar wel haar mogelijkheid. Als een schaduw die pas zichtbaar wordt wanneer er licht is. Mijn eerste ademtocht was haar eerste beweging, en sindsdien loopt ze met me mee. Soms op afstand, soms vlak naast me. Ik leid haar niet, en zij mij niet — we delen simpelweg dezelfde weg.

Vanaf dat moment was alles anders. Niet beter, niet slechter, gewoon anders. En die andersheid woog. Het leven diende zich aan zonder dat ik erom had gevraagd, met daarbij de opdracht om het vorm te geven, er iets van te maken, het te dragen. Aan mijn geboorte heb ik niets bijgedragen; het was toeval, samenloop, een beslissing van anderen. Maar aan hoe het leven zich ontvouwde, heb ik wél meegeschreven. Met keuzes, met aarzeling, met fouten, met stiltes.

En ja, ook aan de moeilijkheden heb ik mijn aandeel gehad. Niet als enige oorzaak, maar als deelnemer. Iedere misstap, iedere poging, iedere zucht liet sporen na. Zo groeide zij mee, veranderlijk en soms zwaar, maar nooit helemaal los van mij.

Dus morgen, op de vijftiende dag van januari, hef ik het glas. Niet alleen op wat moeilijk was, maar op alles wat gebleven is. Zevenenveertig jaar bestaan, met alles wat daaraan vastzit. Ik drink op mezelf, niet als schuldige, maar als getuige en medemaker van mijn eigen leven. En ik wens mezelf nog jaren toe — niet om de ellende te vermeerderen, maar om haar te blijven begrijpen.

Want zonder haar zou ik misschien lichter zijn geweest, maar ook leger. En leegte, hoe rustig ook, zegt uiteindelijk weinig.

Leve mezelf.
Leve wat mij gevormd heeft.

Oostende

Elke wekker opnieuw, vroeger dan het vroeg van gisteren. Het aansnijden van de dag, met een bot mes. De ochtend spoort richting de zee. Geen...