De god van landbouw, de opperboer. Met de mestkar doorheen mijn dag ploegend, diepe voren trekken in mijn energieveld. Ergernis, de god der vermoeidheid is gekomen. Elke prikkel, prikt me de woede uit her lijf.
De hipste dag van de week, de zesde van zeven. Noch mossel noch vis. Niet voedzaam voor mijn geest. Leeg, met de noodzaak toch gevuld te worden. Deze etmaal vertwijfeld mij. Elke week opnieuw.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten