Bert,
Een brief voor jou van mij. Veel te laat natuurlijk. We
kunnen bezwaarlijk zeggen dat wij goede, dichte vrienden waren. Kameraden,
kennissen. Af en toe zagen we elkaar. Vooral het voetbal verbond ons. Samen
naar de Veekaa. Tot ik besefte dat een volle tribune een plaats is waar ik me
niet thuis voel. Diezelfde tribune die jou op het lijf leek geschreven.
Los van de relatie die we hadden was het toch schrikken
vorige week vrijdag. Het ongeloof dat langzaam afbrokkelt waarna een pijnlijke
realiteit verschijnt. Bert Sulmont, de immer vrolijke Frans, is bezweken.
Hartfalen. Hoe ongelooflijk ironisch is het dat net jij, die overal geroemd
werd om zijn groot en gouden hart, door een hartprobleem ons achterlaat.
Het doet pijn. Ik kan me het verdriet en de pijn van de
mensen die zo veel dichter bij jou stonden niet voorstellen. En toch wil ik jou
bedanken Bert. Te laat, zoals al aangegeven. Ik wil jou bedanken om de Bert te
zijn die je was. Ik wil jou bedanken omdat ik jou mocht kennen, omdat we samen
dingen deden. Omdat we samen lachten, vloekten en juichten. Het was een eer om
jou te kennen, en het zal altijd een eer blijven.
We zullen elkaar nooit meer terugzien, daar is de dood
redelijk strikt in. Ik geloof ook niet meer in plaatsen waar je na jou dood
heen gaat, of in het verworden van een ster aan de hemel. Jij zal nu, absoluut
veel te vroeg, voor altijd rusten na een leven vol bedrijvigheid.
Tenslotte wil ik jou nog bedanken voor de samenhorigheid die
jij zelfs nu teweegbrengt. Honderden, duizenden mensen heb je verbonden. In
verdriet, in pijn maar ook in dankbaarheid. Je hebt mij persoonlijk ook nog
eens duidelijk gemaakt dat elk moment, hoe klein ook, geplukt moet worden.
Genieten van wat je hebt, kleine zaken waarderen. In die zin beschouw ik je
voortaan als niets minder dan een held.
Je hebt me de afgelopen dagen zoveel wijsheid bijgebracht
Bert. Alleen de manier waarop je dit deed had anders gemogen. Helaas moet ik
bekennen dat ik jou dan wellicht vergeten was een brief te schrijven en te
bedanken. Dan had ik niet stil gestaan bij bovengenoemde zaken. De vloek van
het leven. Maar ik had je duizend maal liever niet hoeven te bedanken.
Rust zacht kameraad.