dinsdag 3 februari 2026

Oostende

Elke wekker opnieuw, vroeger dan het vroeg van gisteren. Het aansnijden van de dag, met een bot mes.
De ochtend spoort richting de zee. Geen golf gezien. Al droom ik nog zo hard.
De hoogbouw perst me door straten, die ik niet wil bewandelen. De lucht grauwt om zich heen, alle blauw is bewolkt. 
Ik heb geen idee. Oostende spoelt aan, verzand in deze dag. Alles voelt aan als aankomende hoofdpijn. De avond rolt me terug naar huis. Achterwaarts het bed in, hopend op een zachtere wekker. 




zondag 1 februari 2026

Schelde

Het water wordt gedeeld: vissen, futen en Canadezen.
Erlangs loopt het pad, bevolkt door de sporadische mens.
Schepen glijden voorbij, hun adem inhoudend.

Populieren pochen in het grijs, wie het hoogst reikt, vangt de meeste wind.
Ondertussen graven hun wortels alles onder, tot aan het weiland toe.

De boer ploegt onverstoorbaar verder.
De reiger zweeft sierlijk voorbij, de aalscholvers stuiteren over de stroom.
Mijn ogen dwalen rond.

De Schelde sleept haar verhaal mee,
een eeuwige fietser snijdt de wind.
In de verte luidt een gindse klok,
een wandelaar roept zijn losse hond.

Een bankje nodigt me uit te zitten.
Stop het leven!

Oostende

Elke wekker opnieuw, vroeger dan het vroeg van gisteren. Het aansnijden van de dag, met een bot mes. De ochtend spoort richting de zee. Geen...